Verwerkingsvragen Pinksteren

Verwerkingsvragen Handelingen 2:37-39
1. De Geest is uitgestort met machtige tekenen. Wat zeggen die tekenen over de persoon van de Geest?
2. De belofte is voor allen die geloven en voor hun kinderen en voor allen, die ver weg zijn en die de Heer tot zich zal roepen. Over welke belofte gaat het? En waarom is dit een sterke tekst voor fundering van de kinderdoop?
3. Wat is het belang van de gave van de Geest? Wordt die ons voor de bekering of na de bekering geschonken?
4. Welke activiteit van de Geest was er voor de uitstorting van de Geest op de Pinksterdag? Wat is het extra van de uitstorting van de Geest?
5. Op de prediking van Petrus komen ze tot inkeer en vragen ze zich af: ‘Wat moeten wij doen, mannen broeders?’ Waarom is dit een goede vraag? Stel je die vraag ook zelf regelmatig?
6. Het evangelie is na Pinksteren overal gebracht. Ook wij hebben het gehoord. Wat doe je zelf om het evangelie verder door te geven?
7. Jezus heeft gezegd: ‘Stromen van levend water zullen uit je binnenste voortkomen voor wie gelooft.’ Wat merk je daar zelf van?