Verwerkingsvragen Pinksteren

Verwerkingsvragen Handelingen 2:37-39
1. De Geest is uitgestort met machtige tekenen. Wat zeggen die tekenen over de persoon van de Geest?
2. De belofte is voor allen die geloven en voor hun kinderen en voor allen, die ver weg zijn en die de Heer tot zich zal roepen. Over welke belofte gaat het? En waarom is dit een sterke tekst voor fundering van de kinderdoop?
3. Wat is het belang van de gave van de Geest? Wordt die ons voor de bekering of na de bekering geschonken?
4. Welke activiteit van de Geest was er voor de uitstorting van de Geest op de Pinksterdag? Wat is het extra van de uitstorting van de Geest?
5. Op de prediking van Petrus komen ze tot inkeer en vragen ze zich af: ‘Wat moeten wij doen, mannen broeders?’ Waarom is dit een goede vraag? Stel je die vraag ook zelf regelmatig?
6. Het evangelie is na Pinksteren overal gebracht. Ook wij hebben het gehoord. Wat doe je zelf om het evangelie verder door te geven?
7. Jezus heeft gezegd: ‘Stromen van levend water zullen uit je binnenste voortkomen voor wie gelooft.’ Wat merk je daar zelf van?

Verwerkingsvragen 2 Kor. 5:11-21

Verwerkingsvragen bij 2 Korintiërs 5:11-21
1. Paulus spreekt met het gezag van een apostel. Waarom is het zo belangrijk dat hij geaccepteerd wordt als gezondene van Jezus Christus? Kun je dat ook doortrekken naar het ambt in de kerk?

2. Kun je de woorden “verzoening” en “rechtvaardiging” aan een ander uitleggen? Wat betekenen die woorden?

3. De woorden “verzoening” en “rechtvaardiging” passen bij elkaar als sleutel en slot. Het is allebei het werk van God. God is het die verzoent en rechtvaardigt. Waar komt ook de activiteit van de mens bij kijken? En hoe?

4. In Zondag 23 van de Heidelbergse Catechismus komt de rechtvaardiging door het geloof aan de orde. Hoe zie je dat rechtvaardiging en verzoening daar in elkaar passen als sleutel en slot? Wat heb je daar zelf aan?

5. In Israël vierde met de Grote Verzoendag. In Leviticus 16 vinden we wat op die dag moest gebeuren. Wat zegt dat je vandaag nog over de noodzaak tot verzoening tussen God en ons?

6. Sommige christenen zeggen dat iedereen gered wordt. Ze hangen de leer van de alverzoening aan. Waarom is uit dit gedeelte wel duidelijk, dat die leer niet bijbels is?

7. Paulus schrijft dat God Jezus Christus één gemaakt heeft met de zonde, terwijl hij de zonde niet kende. Vs 21. Hoe blijkt daaruit de liefde van God voor zondaren?

Verwerkingsvragen

Verwerkingsvragen bij 2 Korintiers 4:16-18
1. Paulus haalt Psalm 116 aan. Kun jij begrijpen dat hij daar moed en troost uit geput heeft?

2. We hebben bevrijdingsdag gevierd. Vind je dat Psalm 116 mooi bij die dag past? En waarom?

3. Geloof brengt een grote verandering in het leven van mensen, zoals een rups een vlinder wordt. Hoe is die verandering in je eigen leven te merken?

4. Wat betekent de hoopvolle verwachting voor de toekomst voor je motivatie vandaag voor je werk hier op aarde?

5. Wat zeggen je de tegenstellingen die Paulus gebruikt in vs.17 tussen licht en zwaar, tijdelijk en eeuwig, verdrukking en luister?

6. Vergelijk onze tekst eens met 1 Korintiers 15:58. Wat valt je op?

7. Een aarden pot, waarin een schat vervoert wordt. Vs. 7.Paulus gebruikt dat beeld voor een mens, die boodschapper is van het evangelie. Wat zegt dat over de boodschapper en wat over de boodschap?

Gespreksvragen 2 Korintiers 1:8-11 // 3 mei 2020

VERWERKINGSVRAGEN BIJ DE PREEK OVER 2 Korintiërs 1:8-11
1. Het lijden is Paulus niet bespaard gebleven. Toch heeft hij moed en troost geput uit zijn lijden. Hoe is dat mogelijk?

2. Je weet dat het je als gelovige in deze wereld niet altijd gemakkelijk zal gaan. Je kunt met spot en met tegenwerking te maken krijgen? Hoe zou je daarop reageren?

3. We leven zelf in een vrij land, waar we als gelovigen in alle vrijheid mogen leven. Op welke manieren ben jij betrokken bij onze broeders en zusters, die in landen leven waar christenvervolging is? Denk aan het werk van Open Doors.

4. We moeten niet op mensen vertrouwen, maar op God. Maar als je mensen geen vertrouwen geeft, hoe kun je dan met elkaar omgaan? Wat is het verschil in vertrouwen op God en elkaar vertrouwen geven?

5. Hoe werd in het leven van Paulus zichtbaar, dat hij door God is gezonden?

6. Waarom is het zo belangrijk dat Paulus apostelschap moest worden erkent door de gemeenteleden te Korinthe? Wat zegt dat ons vandaag over wie door God geroepen en gezonden zijn in het bijzonder ambt?

7. Paulus moest horen: “Mijn genade is u genoeg”. 2 Kor. 12:9 Heb jij daar ook genoeg aan?

Verwerkingsvragen bij de preek Romeinen 8:28-30

Verwerkingsvragen bij de preek over Romeinen 8:28-30

1. Waarom is het niet handig om deze tekst zomaar te gebruiken als iemand in diepe nood zit?

2. Kun je voorbeelden bedenken uit je eigen leven of uit het leven van iemand anders, dat God het kwaad inschakelt voor zijn goede doel met iemands leven?

3. Als God toch volgens zijn voornemen mensen roept en uitkiest en het toch allemaal bij God vandaan moet komen, waar blijft dan mijn eigen verantwoordelijkheid?

4. De Geest bidt met ons mee met woordloze zuchten. Hoe geeft deze belofte je vertrouwen voor je eigen gebeden?

5. Paulus noemt een opeenvolging van roeping, verkiezing, vrijspraak en delen in de luister. Is dat ook een chronologische volgorde, dus een opeenvolging in tijd?

6. Kun je vertellen wat het voor je betekent, dat God alles voor wie in hem gelooft doet bijdragen aan het goede?

7. ‘De zekerheid ligt niet in de beslissing van de mens, maar in God die roept en verkiest’, zeg ik in de preek. Kun je dat uit de tekst duidelijk maken? En waarom geeft dat meer zekerheid?

Verwerkingsvragen bij de overdenking Romeinen 1:1-7

Gespreksvragen n.a.v. preek over Romeinen 1:1-7

1. Wat betekent het voor ons dat we door Jezus Christus geroepen zijn?
2. Wat is geloofsgehoorzaamheid voor ons vandaag? Kun je dat aanwijzen in je leven?
3. We horen een oeroud evangelie, dat al eeuwen wordt verkondigd. Wat is de kracht van dit eeuwenoude woord vandaag en kun je dat ook opmerken?
4. Vind je het ook mooi om de groet te horen: Genade en vrede voor u van God onze Vader en van onze Heer Jezus Christus? Wat heb je eraan bij het begin van de dienst?
5. Paulus wijst van zichzelf af naar zijn Zender. Hij is maar een dienaar. Daarin laat hij zien hoe Jezus wil dat wij ons opstellen. Hoe geef je daar zelf vorm aan in je dagelijks bezig zijn?
6. We staan vandaag op afstand van elkaar. Hoe kun je ervoor zorgen dat er toch verbondenheid blijft binnen de gemeente? Voel je dat zelf ook?
7. Jezus is opgestaan uit de dood. Een bekend vers luidt: “Geen graf hield Davids zoon omkneld, hij overwon, die sterke Held! Hij steeg uit ’t graf door eigen kracht, want Hij is God, bekleed met macht.” Hoe is de opstanding bewijs van de Godheid van Jezus?
Mochten er vragen zijn, dan wil ik daar gerust liefst per mail op reageren: henkjanvisser8@gmail.com.

Vriendelijke groet,
Ds Henk Jan Visser